1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde een gebruiks- of herplaatsingsverbod van een geldautomaat bevelen als daarop een plofkraak of poging tot plofkraak heeft plaatsgevonden.

  2. De burgemeester trekt het verbod in als door de rechthebbende van de geldautomaat:

    1. een veiligheidsonderzoek is uitgevoerd waarin de risico’s van de geldautomaat zijn onderzocht en

    2. maatregelen naar aanleiding van het veiligheidsonderzoek zijn getroffen die naar het oordeel van de burgemeester voldoende zijn om het risico op een nieuwe plofkraak tegen te gaan.

  3. In het veiligheidsonderzoek wordt in ieder geval meegenomen:

    1. of er alternatieve locaties in de buurt zijn waar geen sprake is van boven- en naaste bewoning en

    2. welke aanvullende veiligheidsmaatregelen mogelijk zijn tegen plofkraken.

  4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot het verbod tot gebruik/herplaatsing op de geldautomaat, of in de directe nabijheid daarvan.

  5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het bevel wordt aangebracht op de geldautomaat.