Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 3.64 weigeren als

  1. de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen van artikel 3.66;

  2. een eerdere vergunning voor de exploitatie van het bedrijf is ingetrokken of het bedrijf met toepassing van artikel 2.10 of van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;

  3. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zullen zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  4. het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het Omgevingsplan of de Wet Milieubeheer;

  5. het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.65 naar zijn oordeel onvoldoende garanties geeft dat bedrijfsmatige activiteit de openbare orde of de veiligheid niet nadelig beïnvloedt, ontoelaatbare druk op de leefbaarheid oplevert of ondermijning faciliteert.

  6. de aanvraag is gericht op het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteit in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking is verleend als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet;

  7. de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding geeft.