Het is verboden om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse te verstrekken tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Algemene Plaatselijke Verordening 2008 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk Hoofdstuk 2 Orde en veiligheid
Hoofdstuk Hoofdstuk 3 Exploitatie van bedrijven
Hoofdstuk
Artikel 3.64
Exploitatie van aangewezen bedrijfsactiviteit
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem op grond van artikel 2.16a aangewezen gebouw of gebied.
Artikel 3.65
Eisen aan de vergunningsaanvraag
-
De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
Naast het aanvraagformulier wordt bij een aanvraag ook een bedrijfsplan overlegd, waarin in ieder geval staat beschreven welke bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd en op welke wijze wordt voorkomen dat de ontoelaatbare extra druk op de leefbaarheid wordt veroorzaakt, openbare orde en veiligheid worden verstoord of ondermijnende activiteiten worden gefaciliteerd.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden en op te nemen in het bedrijfsplan. De burgemeester verleend als aan de verplichtingen voor de exploitatie wordt voldaan een gewijzigde vergunning.
Artikel 3.66
Eisen aan de exploitant en de leidinggevende
De exploitant en de leidinggevende:
staan niet onder curatele of bewind en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag en
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Artikel 3.67
Bijzondere weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 3.64 weigeren als
de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen van artikel 3.66;
een eerdere vergunning voor de exploitatie van het bedrijf is ingetrokken of het bedrijf met toepassing van artikel 2.10 of van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zullen zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het Omgevingsplan of de Wet Milieubeheer;
het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.65 naar zijn oordeel onvoldoende garanties geeft dat bedrijfsmatige activiteit de openbare orde of de veiligheid niet nadelig beïnvloedt, ontoelaatbare druk op de leefbaarheid oplevert of ondermijning faciliteert.
de aanvraag is gericht op het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteit in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking is verleend als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet;
de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding geeft.
Artikel 3.68
Bijzondere gronden voor intrekking
De burgemeester kan de vergunning intrekken als
het aannemelijk is dat inbedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de openbare orde in of om het bedrijf, de openbare orde en veiligheid op andere wijze in gedrang komen door de exploitatie van het bedrijf of aannemelijk is dat er sprake is van ondermijning als gevolg van de exploitatie van het bedrijf;
in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000;
in strijd wordt gehandeld met wat de exploitant in het bedrijfsplan heeft opgenomen;
van wijzigingen in de exploitatie of het bedrijfsplan geen voorafgaande mededeling is gedaan aan de burgemeester of als na mededeling de exploitatie of het bedrijfsplan niet meer voldoen aan de eisen gesteld in artikel 3.65;
de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen van artikel 3.66;
de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
in strijd wordt gehandeld met de verplichting opgelegd op grond van artikel 2.16 a lid 3 als dit lid is toegepast.
Artikel 3.69
Bestaande bedrijven
Voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden uitgeoefend stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel 3.64 in werking treedt.
Artikel 3.70
Sluiting bedrijf
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat of het voorkomen van ondermijning tijdelijk de sluiting van één of meer bedrijven bevelen.