-
Het bepaalde in artikel 13, eerste lid en 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover hun het voorschrift is gegeven om gedurende hun dienstuitoefening een wapen en munitie voorhanden te hebben.
-
Het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt gegeven door de Minister.
-
Het eerste lid geldt uitsluitend gedurende de periode dat opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikken over een titel van opsporingsbevoegdheid.
Regeling wapens en munitie Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 19-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
3a Opsporingsambtenaren
4 Buitengewoon opsporingsambtenaren
6 Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en vakbekwaamheid
7 Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte
8 Erkenningen; registers
8a Markering van vuurwapens
9 Vrijstelling van de erkenningsplicht
9a Vrijstelling voor airsoftapparaten
10 Vrijstelling voor vuurwapens en munitie
10a Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen
11 Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen
12 Vrijstelling voor wapens van categorie IV
13 Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen
14 Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen
15 Vrijstellingen sportschutters, jagers en personen die historische gebeurtenissen nabootsen voor buitenlandse activiteiten
16 Sportschutters en jagers
16a Schietvereniging
16b Opslageisen
17 Vrijstellingen voor vervoer
18 Administratie door de korpschef
19 Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten
20 Onkostenvergoeding
21 Toezicht
22 Overgangs- en slotbepalingen
4
Artikel 5
-
Een voorschrift, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt slechts gegeven indien en voorzolang de noodzaak tot bewapening aannemelijk is en de bekwaamheid van opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en de buitengewoon opsporingsambtenaar in de omgang met het wapen en de munitie is aangetoond.
-
Aan een voorschrift kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op de veiligheid, de bekwaamheid in de omgang met wapens en munitie, alsmede op de opslag en het vervoer daarvan.
-
Indien aan het voorschrift een beperking is verbonden, geldt de vrijstelling in artikel 4, eerste lid, slechts voorzover het voorschrift reikt.
Artikel 6
-
Het voorschrift, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan uitsluitend betrekking hebben op:
een korte wapenstok als bedoeld in artikel 12 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013;
een pistool als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of b, van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013;
de munitie als bedoeld in artikel 3 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013;
pepperspray als bedoeld in artikel 6 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013;
andere wapens en munitie dan genoemd onder a tot en met d.
-
Indien het voorschrift betrekking heeft op een pistool als bedoeld in het eerste lid, onder b, of pepperspray als bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt als voorwaarde dat het pistool wordt gedragen in een daarbij horend holster als bedoeld in artikel 7 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 onderscheidenlijk dat pepperspray wordt gedragen in een draagmiddel als bedoeld in artikel 6a van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013.
Artikel 6a
De artikelen 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27 eerste lid, van de wet zijn niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen plaats vinden met een trainingswapen en trainingsmunitie als bedoeld in artikel 14 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013, ten behoeve van de opleiding of beroepsvaardigheidstraining.
Artikel 6b
-
De wapens en de munitie, bedoeld in artikel 6 en artikel 6a, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
-
De Minister kan in bijzondere gevallen toestemming verlenen om af te wijken van het eerste lid.
-
De Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd.