Regeling wapens en munitie Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 19-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
1 Begripsbepalingen
2 Nadere omschrijving van wapens
3 Aanwijzing voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerpen
3a Opsporingsambtenaren
4 Buitengewoon opsporingsambtenaren
5 Overige openbare dienst
6 Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en vakbekwaamheid
7 Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte
8 Erkenningen; registers
8a Markering van vuurwapens
9 Vrijstelling van de erkenningsplicht
9a Vrijstelling voor airsoftapparaten
10 Vrijstelling voor vuurwapens en munitie
10a Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen
11 Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen
12 Vrijstelling voor wapens van categorie IV
13 Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen
14 Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen
15 Vrijstellingen sportschutters, jagers en personen die historische gebeurtenissen nabootsen voor buitenlandse activiteiten
16 Sportschutters en jagers
16a Schietvereniging
16b Opslageisen
17 Vrijstellingen voor vervoer
18 Administratie door de korpschef
19 Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten
20 Onkostenvergoeding
21 Toezicht
22 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I
Bijlage II
Bijlage III
Bijlage IV

12

Vrijstelling voor wapens van categorie IV

Artikel 26

  1. Van het verbod in artikel 26, vijfde lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen, aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, voor de beoefening van sporten in verenigingsverband.

  2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen lid te zijn van een vereniging waarbinnen de sportbeoefening met behulp van een of meer van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen plaatsvindt.

  3. Voorzover het lucht-, gas- of veerdrukwapens betreft geldt, in afwijking van het tweede lid, de vrijstelling in het eerste lid slechts voor:

    1. personen die door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen ten minste drie maanden lid te zijn van een schietvereniging, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van deze regeling; en

    2. lucht-, gas- en veerdrukwapens die zijn toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie.

Artikel 27

  1. Van het verbod van artikel 31, vierde lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het overdragen aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, en van kruisbogen, een en ander met het oog op in verenigingsverband beoefende sporten.

  2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voorzover het lucht-, gas-, of veerdrukwapens betreft uitsluitend indien:

    1. de persoon aan wie de in het eerste lid bedoelde voorwerpen worden overgedragen een verklaring, die niet ouder is dan veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt, waaruit blijkt dat hij tenminste 3 maanden lid is van een schietvereniging, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van deze regeling;

    2. het betreft lucht-, gas- en veerdrukwapens die zijn toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie; en

    3. de onder a bedoelde verklaring door degene die het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de overdracht van het wapen wordt bewaard.

  3. Buiten het geval bedoeld in het tweede lid geldt de vrijstelling in het eerste lid slechts indien:

    1. de persoon aan wie de in het eerste lid bedoelde voorwerpen worden overdragen een verklaring, die niet ouder is dan veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt waaruit blijkt dat:

      1. die vereniging de serieuze sportbeoefening met een of meer van het over te dragen voorwerp tot doel heeft; en

      2. de in het eerste lid bedoelde persoon lid is van die vereniging; en

    2. de onder a bedoelde verklaring door degene die het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de overdracht van het wapen wordt bewaard.

Artikel 28

  1. Van het verbod in artikel 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het dragen van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van de openbare weg.

  2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt uitsluitend:

    1. voor personen die bevoegd zijn de wapens voorhanden te hebben;

    2. voor de beoefening van sporten in verenigingsverband ten behoeve waarvan voorafgaande schriftelijke toestemming door de korpschef is verleend, welke toestemming wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van letsel en schade zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen;

    3. gedurende de tijden waarop het sportevenement plaatsvindt;

    4. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de sport daadwerkelijk wordt beoefend.

Artikel 29

Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor:

  1. het dragen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV aan personen aan wie deze overeenkomstig artikel 15 of artikel 16 van deze regeling ter beschikking worden gesteld. Artikel 15, tweede lid, onder b en c, en artikel 16, tweede lid, onder b en c, van deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing;

  2. het dragen van een wapen van categorie IV, onder 1°, aan personen ten aanzien van wie het wapen deel uitmaakt van hun duikuitrusting tijdens de beoefening van de duiksport.

← terug naar Regeling wapens en munitie