1. De wapens en de munitie, bedoeld in artikel 6 en artikel 6a, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.

  2. De Minister kan in bijzondere gevallen toestemming verlenen om af te wijken van het eerste lid.

  3. De Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd.