1. De korpschef houdt toezicht op het bepaalde in artikel 43c en voert in verband hiermee ten minste één keer in de drie jaren een onaangekondigde thuiscontrole uit bij de in het eerste lid van dat artikel genoemde personen.

  2. Voor personen die de leeftijd van vijfentwintig jaren nog niet hebben bereikt vindt de in het eerste lid bedoelde controle jaarlijks plaats.