Regeling wapens en munitie

Inhoud
1 Begripsbepalingen
2 Nadere omschrijving van wapens
3 Aanwijzing voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerpen
3a Opsporingsambtenaren
4 Buitengewoon opsporingsambtenaren
5 Overige openbare dienst
6 Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en vakbekwaamheid
7 Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte
8 Erkenningen; registers
8a Markering van vuurwapens
9 Vrijstelling van de erkenningsplicht
9a Vrijstelling voor airsoftapparaten
10 Vrijstelling voor vuurwapens en munitie
10a Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen
11 Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen
12 Vrijstelling voor wapens van categorie IV
13 Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen
14 Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen
15 Vrijstellingen sportschutters, jagers en personen die historische gebeurtenissen nabootsen voor buitenlandse activiteiten
16 Sportschutters en jagers
16a Schietvereniging
16b Opslageisen
17 Vrijstellingen voor vervoer
18 Administratie door de korpschef
19 Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten
20 Onkostenvergoeding
21 Toezicht
22 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I
Bijlage II
Bijlage III
Bijlage IV

Artikel 50a

HISTORISCH
  1. De onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 41 van de wet, bedraagt voor een verlof tot het voorhanden hebben, dragen of verkrijgen van een wapen als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32 van de wet:

    1. voor de afgifte daarvan: € 138,20;

    2. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan: € 68,20;

    3. voor de wijziging daarvan: € 30,–;

    4. voor de afgifte van een nieuw verlof als gevolg van het verlies daarvan: € 30,–.

  2. De onkostenvergoeding voor een combinatie van de in dit artikel genoemde bescheiden bedraagt niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt.

01-08-2025 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 23-09-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 23-09-2022.

Tekst van deze versie

  1. De onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 41 van de wet, bedraagt voor een verlof tot het voorhanden hebben, dragen of verkrijgen van een wapen als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32 van de wet:

    1. voor de afgifte daarvan: € 138,20;

    2. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan: € 68,20;

    3. voor de wijziging daarvan: € 30,–;

    4. voor de afgifte van een nieuw verlof als gevolg van het verlies daarvan: € 30,–.

  2. De onkostenvergoeding voor een combinatie van de in dit artikel genoemde bescheiden bedraagt niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling wapens en munitie