1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek in locaties met milieubelastende activiteiten als bedoeld in (artikel 22.70 i van) het omgevingsplan, mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax) hiervan op de in het tweede lid opgenomen tabel op de genoemde plaatsen niet meer bedragen dan de in de tabel genoemde waarden met dien verstande dat:

    1. de in de tabel aangegeven waarden binnen een in- of aanpandige geluidgevoelige gebouw niet geldt als de gebruiker van het geluidgevoelige gebouw geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    2. de waarden in in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 3.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    3. Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax) bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen van 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing. Bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

  2. Tabel

  3. Voor de duur van 3 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een locatie met milieubelastende activiteiten gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste en tweede lid.

  4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

  5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.