1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. In afwijking van het tweede lid van artikel 1:8 kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid niet te behandelen als deze minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt wordt ingediend.

  3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  5. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    1. het ten hoogste één dag duurt;

    2. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen van 16 jaar of ouder;

    3. het evenement tussen 07.00 en 24.00 uur plaats vindt op maandag tot en met zaterdag;

    4. het niet plaatsvindt op een erkende, nationale feest- of gedenkdag;

    5. het geen of zeer geringe beperking van het gebruik van de openbare weg veroorzaakt en het niet noodzakelijk is om meerdere verkeersmaatregelen te treffen;

    6. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;

    7. er een organisator is;

    8. de organisator minstens 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  6. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in lid 5, sub h, besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het vijfde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  7. De burgemeester kan middels nadere regels bepalen dat, onder in deze nadere regels genoemde voorschriften, voor specifieke evenementen en bepaalde categorieën evenementen het verbod van het eerste lid niet geldt.

  8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.