In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas met doorgaande stam, zowel levend als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen;
inboeten: het vervangen van slecht gevormd, kwijnend, afgestorven of verloren gegaan plantmateriaal van dezelfde soort en variëteit, dat maximaal drie jaar geleden is aangeplant;
kandelaberen: een snoeitechniek waarbij de takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar krijgt;
knotten: het verwijderen van alle reeds gevormde scheuten. De plaats waar deze scheuten ontsprongen zijn wordt steeds dikker en wordt de ‘knot’ genoemd.
monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een boom of houtopstand, zoals getaxeerd volgens de actuele richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
vellen: afzagen, afhakken, kappen, verplanten, rooien, snoeien van meer dan 20 procent van de kroon en/of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Hieronder begrepen het ophogen van het omliggend maaiveld.