1. Het is een locatie met milieubelastende activiteiten toegestaan op ten hoogste twaalf dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen van het omgevingsplan dan wel maatwerkvoorschriften en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits degene die de milieubelastende activiteiten uitvoert ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het is een locatie met milieubelastende activiteiten toegestaan om tijdens ten hoogste vier dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband incidentele festiviteiten de verlichting in afwijking van het gestelde in het omgevingsplan langer aan te houden, mits degene die de milieubelastende activiteit uitvoert, ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

  4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van degene die de milieubelastende activiteit uitvoert een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  6. Het equivalente (muziek)geluidsniveau LAeq veroorzaakt door een festiviteit als bedoeld in het eerste lid, in het bebouwde deel van een locatie, mag, gemeten over een periode van ten minste drie minuten ter plaatste van een geluidgevoelig gebouw, niet hoger zijn dan 50 dB(A).

  7. Het equivalente (muziek)geluidsniveau LAeq veroorzaakt door een festiviteit als bedoeld in het eerste lid, in het bebouwde deel van een locatie, mag, gemeten over een periode van ten minste drie minuten in een geluidgevoelig gebouw, niet hoger zijn dan 35 dB(A).

  8. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid en zevende lid, is inclusief onversterkte muziek en stemgeluid exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  9. De uitzondering op de normwaarden als bedoeld in lid 1 geldt uiterlijk tot 01.00 uur.

  10. Een festiviteit als bedoeld in het eerste lid mag enkel plaatsvinden in het bebouwde deel van een locatie met uitzondering van:

    • festiviteiten op het schoolplein voor primair onderwijs in de buitenlucht voor de duur van ten hoogste twee uur in de dagperiode;

    • sportactiviteiten zonder versterkt muziekgeluid in de buitenlucht tot uiterlijk 24.00 uur.

  11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid tijdens een incidentele festiviteit als bedoeld in het eerste lid in het bebouwde deel van de locatie, dienen ramen en deuren gesloten te zijn, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.