Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf
Afdeling Evenementen en kleinschalige activiteiten
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling [gereserveerd]
Afdeling Bijzondere bepalingen en toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Overige bepalingen voor toezicht op voor publiek toegankelijke gebouwen
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Bijzondere bepalingen en toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen

Artikel 2:34g

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  2. beheerder: de exploitant of andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;

  3. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

Artikel 2:34h

Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

  1. De burgemeester kan gebouwen of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit artikel 2:34i, eerste lid, van toepassing is.

  2. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat, of een ernstige vrees bestaat voor het onder druk staan van de openbare orde en veiligheid en de leefbaarheid, en kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken..

  3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

Artikel 2:34i

Vergunning

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

    1. in een door de burgemeester op grond van artikel 2:34h, tweede lid, aangewezen gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

    2. Als de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van artikel 2:34h, derde lid, aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  2. De aanvraag om een vergunning geschiedt door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. De burgemeester kan een aanvraag om een vergunning weigeren:

    1. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

    2. indien de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    3. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn;

    4. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    5. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan;

    6. indien de beheerder van het bedrijf binnen drie jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

  4. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het bedrijf alleen geopend is voor bezoekers als een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is.

  5. In afwijking van het eerste lid geldt het verbod voor de beheerder die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties:

    1. pas drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit; of

    2. met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

  6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op aanvraag om de vergunning.

Artikel 2:34j

Intrekking of wijziging vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het vorige artikel intrekken of wijzigen indien:

    1. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;

    2. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    3. de voorwaarden of de voorschriften uit de vergunning niet worden nageleefd;

    4. de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    5. de beheerder betrokken is of nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    6. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

    7. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    8. de bedrijfsmatige activiteiten door de beheerder zijn beëindigd; of

    9. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

  2. Indien er een voor de vergunningverlening relevante verandering van omstandigheden optreedt, dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in.

  3. Indien deze aanvraag niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden is ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken op basis van de inmiddels gewijzigde omstandigheden.

Artikel 2:34k

Sluiting van een gebouw

  1. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit artikel 2:34h, eerste lid, wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:34j, eerste lid onder a tot en met i., van toepassing is.

  2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het vorige lid gesloten gebouw te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal