1. De burgemeester kan gebouwen of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit artikel 2:34i, eerste lid, van toepassing is.

  2. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat, of een ernstige vrees bestaat voor het onder druk staan van de openbare orde en veiligheid en de leefbaarheid, en kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken..

  3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.