1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren;

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 30B of 30C van de Wet op de kansspelen;

  3. De burgemeester weigert de vergunning als:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

    2. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het geldend omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

    3. op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.