Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de ondernemer bij zijn aanvraag om een vergunning de volgende bescheiden:

  1. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarin is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarop is aangegeven op welke plaats in de speelgelegenheid en in welke aantallen kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

  2. een bewijs van inschrijving van zijn onderneming in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;

  3. een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over ruimte te beschikken waarin de speelgelegenheid gevestigd wordt;

  4. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag van:

    1. de ondernemer, dan wel - indien de ondernemer een rechtspersoon is- van degene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt(en);

    2. de beheerders;

    3. de leidinggevenden.