1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een rietkraag te varen.

  2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen water.

  3. Het college kan van het in lid 2 gestelde verbod ontheffing verlenen.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.