1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee ligplaats in te nemen.

  2. Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van ligplaats:

    1. met een vaartuig aan een krachtens artikel 5:27c of bij een geldend bestem-mingsplan als zodanig aangewezen ligoever dan wel in een bij geldend bestemmingsplan aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te bren¬gen;

    2. met een vaartuig, behorende tot een categorie vaartuigen, waarvoor het verbod door het college op grond van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is verklaard.

  3. Het college kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen waarop het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing is.

  4. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig , waarop het in lid 1 gestelde verbod krachtens het bepaalde in lid 2 onder a en b, lid 3 en lid 4 niet van toepassing is:

    1. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;

    2. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

  5. Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing verlenen.

  6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.