1. Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is het de houder van:

    1. een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf waar alcohol mag worden geschonken verboden bezoekers toe te laten op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 en 06.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 en 06.00 uur;

    2. een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 00.00 en 06.00 uur.

  2. Het is de houder van een paracommerciële openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen de volgende tijdstippen:

    1. Voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van recreatieve en sportieve aard (bijvoorbeeld: voetbalvereniging, tennisvereniging, korfbalvereniging) of daaraan verwante instelling:

      • op maandag tot en met vrijdag van 00.00 tot 06.00 uur;

      • op zaterdag en zondag van 00.00 tot 06.00 en van 19.00 tot 00.00 uur;

      • in afwijking van lid 2 onder a gelden voor een sportkantine in een sporthal de volgende aanvullende openingstijden: zaterdag en zondag van 19.00 tot 00.00 uur, mits een andere sportieve of recreatieve rechtspersoon op dat moment gebruik maakt van de sporthal;

    2. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van sociaalculturele aard: op zondag tot en met donderdag van 00.00 tot 06.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur;

    3. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard: dagelijks van 00:00 tot 06.00 uur.

  3. Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op zondag tot en met zaterdag tussen 00.00 en 06.00 uur.

  4. Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  5. De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere dan in lid 1 t/ 4 van dit artikel genoemde tijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  7. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.