1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

    2. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

    4. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

    5. de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend.

    6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    7. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.

  2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    4. de veiligheid van personen of goederen;

    5. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    6. de gezondheid of zedelijkheid;

    7. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

    8. als de aangevraagde locatie niet voldoet aan overige door het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 3:3 gestelde nadere regels.