De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 50 cm voor bomen met een stamomtrek tot 50 cm, gemeten op 1,30 m boven maaiveld en nihil voor heesters, heggen en bomen met een stamomtrek van 50 cm en groter, gemeten op 1,30 m boven maaiveld, en bestaande houtwallen (elzensingels, dykswallen).