Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk ALGEMENE BEPALINGEN
Hoofdstuk OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Paragraaf VOORKOMEN OF BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN
Paragraaf BETOGING
Paragraaf VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN
Paragraaf BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG
Paragraaf VEILIGHEID OP DE WEG
Paragraaf EVENEMENTEN
Paragraaf
Paragraaf TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTING
Paragraaf TOEZICHT OP SMART- en HEADSHOPS
Paragraaf TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
Paragraaf TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN
Paragraaf Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
Paragraaf VUURWERK
Paragraaf CARBID SCHIETEN
Paragraaf DRUGSOVERLAST
Paragraaf BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN
Hoofdstuk SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
Hoofdstuk BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Hoofdstuk ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Hoofdstuk STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

GELUIDHINDER EN VERLICHTING

Artikel 4:1

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  2. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

  3. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  4. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  5. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  6. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  7. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet,, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  8. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

  1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet gedurende:

    1. carnavalszaterdag en de 3 carnavalsdagen te weten van carnavalszondag tot de daarop volgende donderdag tot 1.00 uur;

    2. Kermis;

    3. Koningsnacht;

    4. Oudejaarsavond;

    5. alsmede voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen overige collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende kernen:

    1. Berg aan de Maas en Nattenhoven;

    2. Elsloo;

    3. Meers, Maasband en Veldschuur;

    4. Stein;

    5. Urmond.

  4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  5. Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

  1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

  4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  6. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT) equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan de geluidsnormen als vermeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer vermeerderd met 10dB(A). Bij niet-aanpandige situaties gelden de vorengenoemde geluidsnormen, gemeten op een hoogte van 1,5 meter.

  7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.

  9. De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

  10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4:4

Onversterkte muziek

  1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is onder sub e opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:

    1. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    2. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    3. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;

    4. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

    5. Tabel:

  2. Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

  3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is en is dit artikel niet van toepassing.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.

Artikel 4:5

Overige geluidhinder

  1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of de provinciale omgevingsverordening.].

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:6

Geluidhinder door dieren

Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor omwonenden of voor de omgeving overmatige geluidhinder veroorzaakt.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2026