Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk ALGEMENE BEPALINGEN
Hoofdstuk OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Paragraaf VOORKOMEN OF BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN
Paragraaf BETOGING
Paragraaf VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN
Paragraaf BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG
Paragraaf VEILIGHEID OP DE WEG
Paragraaf EVENEMENTEN
Paragraaf
Paragraaf TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTING
Paragraaf TOEZICHT OP SMART- en HEADSHOPS
Paragraaf TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
Paragraaf TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN
Paragraaf Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
Paragraaf VUURWERK
Paragraaf CARBID SCHIETEN
Paragraaf DRUGSOVERLAST
Paragraaf BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN
Hoofdstuk SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
Hoofdstuk BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Hoofdstuk ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Hoofdstuk STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Hoofdstuk

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen zijn vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 8 juli 2004 (Gemeenteblad Afdeling A 2004, nummer 58) of een nadien ter zake genomen besluit overeenkomstig artikel 20a, Wegenverkeerswet 1994;

  2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als in de Omgevingswet;

  4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  5. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

  6. college: het college van burgemeester en wethouders

  7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  8. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  9. mindervalide: mag gelezen worden als mindervalide in de ruimste zin des woord;

  10. motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  11. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  12. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

  13. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  14. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

  15. toegankelijkheid: de mogelijkheid bieden aan een ieder om te kunnen participeren in de maatschappij;

  16. uitstalling: een voorwerp dat als doel heeft om de verkoop of verstrekking van producten en/of diensten in het pand te bevorderen, reclame te maken, de aandacht van het publiek te trekken of de directe omgeving van het pand te verfraaien.

  17. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

  18. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning

  4. In afwijking van lid 1 beslist het bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in:

    1. artikel 2:12, lid 5 binnen 20 weken, en

    2. artikel 2:12, lid 6 binnen 26 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

Artikel 1:3

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

    5. de houder dit schriftelijk verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:7

Weigeringsgronden

  1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan altijd worden geweigerd of ingetrokken in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. onvoldoende toegankelijkheid waar het wel mogelijk is;

    5. de bescherming van het milieu.

  2. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd:

    1. indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan 8 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft;

    2. indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in artikel 2:12, lid 4 (A-evenement) van deze verordening wordt ingediend minder dan 12 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft;

    3. indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in artikel 2:12, lid 5 (B-evenement) van deze verordening wordt ingediend minder dan 20 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft;

    4. indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in artikel 2:12, lid 6 (C-evenement) van deze verordening wordt ingediend minder dan 26 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2026