1. In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘standplaats’: een kraam, wagen, tafel of ander fysiek middel van waaruit goederen worden verkocht, te koop aangeboden of afgeleverd en/of diensten worden aangeboden, zulks vanuit een vaste plaats in de openbare ruimte en/of in de open lucht.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:12;

    3. een vaste plaats op een kermis;

    4. terrassen als bedoeld in artikel 2:18 en 2:19.