-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen van wie aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering para commerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:26
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te beschadigen waaronder te bekrassen of te bekladden.
-
Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:27
Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de inbrekerswerktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:28
Rijden over bermen en dergelijke
-
Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
-
Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Artikel 2:29
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair.
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:30
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op de volgende openbare plaatsen alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben:
binnen het gebied rond Jeugdsoos Amicale. Dit gebied wordt gevormd door de Schoolstraat, Jagerstraat, Heuvelstraat, Pastoor Rohsstraat, Europalaan- Centrum, Europalaan- West, Kerkplein, Kloosterstraat, Craenberglaan en Bosscherhof;
binnen het gebied rond Jeugdhuis de Blokhut te Vlodrop. Dit gebied wordt gevormd door de Koebroekweg, Schappweg, Kerkbergweg, Kasteelweg, Angsterweg, Kerkstraat, Kerkhofweg en de Markt;
binnen andere door het college aangewezen gebieden.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
een terras, dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:31
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden zonder redelijk doel:
zich in een portiek of poort op te houden;
op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning dan wel van een gebouw die voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:32
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages, rijwielstallingen.
Artikel 2:33
Verblijven honden en loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, sportvelden en schoolterreinen;
buiten de bebouwde kom, zonder toezicht en zonder begeleiding;
op de weg als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het eerste lid, aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het eerste lid, aanhef onder a en b is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:
zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond sociale hulphond.
Artikel 2:34
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van de hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Onder het verbod genoemd in het eerste lid valt in ieder geval:
een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;
een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
openbare plantsoenen, sportvelden en sportterreinen.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:
zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:35
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk vindt, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod dan wel een aanlijn- en/of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zo rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zo is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd
, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.artikel 2:33, eerste lid, aanhef onder d
Artikel 2:35a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken; en
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:36
Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
-
Ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid, is het verboden op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
aanwezig te hebben, of;
aanwezig te hebben in strijd met de door het college gestelde regels, en/of;
te voeren.
-
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van één of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:37
Bijen
-
Het is verboden bijen te houden binnen een afstand van 30 meter:
van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; en/of
van de weg.
-
Het verbod bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing als op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een legale afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te voorkomen.
-
Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.
-
Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapverordening.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.