1. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht, alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever verplicht:

    1. indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg onmiddellijk na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;

    2. indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg onmiddellijk na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren, elke dag onmiddellijk na beëindiging van de werkzaamheden op die dag; te reinigen of te doen reinigen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Limburg van toepassing is.