1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van evenementen en voorschriften verbinden aan een evenementenvergunning.

  3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet als:

    1. sprake is van een A-evenement;

    2. wordt voldaan aan de door de burgemeester vastgestelde ‘Nadere regels evenementen’ ( zie bijlage ), en;

    3. de organisator van het evenement het houden daarvan schriftelijk meldt bij de burgemeester door middel van het naar waarheid en volledig ingevulde door de burgemeester vastgestelde meldformulier ( zie bijlage ); en

    4. de melding geschiedt minimaal 8 weken voorafgaand aan het begin van het evenement.

  4. Een vergunning voor een B-evenement moet minimaal 14 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd.

  5. Een vergunning voor een C-evenement moet minimaal 26 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd.

  6. Het is verboden om te handelen of nalaten in strijd met de nadere regels en voorschriften, zoals bedoeld in het tweede lid.

  7. Bij het indienen van een melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c en bij het indienen van een vergunningaanvraag, bedoeld in het vierde en vijfde lid worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen.

  9. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, binnen 20 werkdagen dagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu.

  10. De burgemeester kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, besluiten het organiseren van een A- evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  11. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  12. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:10, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of- gala’s.

  13. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:10, tweede lid, onder f, weigeren als een organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  14. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.