Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Bescherming van paddenstoelen
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:12

Definities

  1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan:

    1. een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of;

    2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken, rookwaren of voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt die al dan niet op een andere plek worden genuttigd, met uitzondering van supermarkten en andere vormen van detailhandel waarin in hoofdzaak waren worden verkocht om ergens anders te nuttigen;

  2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of voedsel voor directe consumptie kan worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

  3. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan:

    1. een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van wat in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als onder andere een smartshop, headshop of growshop of een combinatie van deze winkelvormen;

    2. een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een coffeeshop.

  4. Onder exploitant wordt verstaan: degene op wiens naam de vergunning staat.

  5. Onder leidinggevende wordt verstaan:

    1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend (de ondernemer);

    2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de uitoefening van de openbare inrichting (de bedrijfsleider);

    3. de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de openbare irichting (de beheerder).

Artikel 2:13

Exploitatievergunning openbare inrichting

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier ( zie bijlage ).

  3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. voor de exploitatie van de openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend; of

    3. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

  4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond of intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met:

    1. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;

    2. de aard van de openbare inrichting;

    3. de spanning, waaraan het woon – en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat;

    4. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende; en

    5. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende.

  5. De vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  6. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen ( zie bijlage, “Nadere regels terrassen” ). Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor:

    1. het waarborgen van de verkeersveiligheid;

    2. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen;

    3. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen.

  7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid.

  8. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd.

  9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum; of

    4. bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.

  10. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:13a

Bijlage vergunning en aanwezigheid leidinggevende

  1. De burgemeester vermeldt in een bijlage bij de vergunning de leidinggevenden. Als de openbare inrichting wordt uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:18a, dan worden tenminste twee leidinggevenden op de bijlage vermeld.

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in die inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat in de bijlage van de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot die inrichting of;

    2. een persoon wiens bijschrijving in de bijlage, zoals bedoeld in het eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is het voor een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:18a, verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een barvrijwilliger, die vermeld staat op een door het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon samengestelde lijst, welke lijst in de inrichting aanwezig is.

  4. In de openbare inrichting moet een afschrift aanwezig zijn van:

    1. de vergunning en de bijlage of;

    2. van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b, of;

    3. de ontvangstbevestiging van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b.

Artikel 2:13b

Melding bijschrijving leidinggevende

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven.

  2. Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van de bijlage behorende bij de vergunning.

  3. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier, zie bijlage.

  4. De burgemeester bevestigt schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

  5. De burgemeester weigert de aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid als ten aanzien van de persoon als bedoeld in het eerste lid, sprake is van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:13, derde lid, onderdeel a en artikel 2:13, vierde lid, onderdeel e.

Artikel 2:13c

Vervalgronden

De vergunning vervalt als:

  1. sinds haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  2. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  3. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:14

Sluitingstijd

  1. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 Alcoholwet of een openbare inrichting is in de zin van artikel 2:12, eerste lid van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur.

  2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt:

    1. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur;

    2. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur;

    3. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 04:00 tot 07:00 uur.

  3. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari.

  4. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:13, kan maximaal 5 keer per jaar de sluitingstijd verlengen naar 04:00 uur.

  5. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen zoals opgenomen in het vierde lid als de exploitant of de leidinggevende maximaal op de dag waarop de verlenging betrekking heeft, doch uiterlijk om 23.00 uur, de burgemeester hiervan niet digitaal in kennis heeft gesteld via het emailadres verruimingsluitingsuurRoerdalen@servicecentrum-mer.nl. In de email wordt vermeld:

    1. naam van de exploitant of leidinggevende;

    2. naam, adres en telefoonnummer van de openbare inrichting;

    3. reden verlenging sluitingsuur;

    4. op welke dag het sluitingsuur met één uur wordt verlengd.

  6. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd.

  7. De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het vierde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen, ( zie bijlage ).

  8. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Artikel 2:15

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:16

Verboden gedragingen

Het is verboden in een openbare inrichting:

  1. de orde te verstoren;

  2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:15, eerste lid;

  3. op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

  4. een bijeenkomst van een verboden rechtspersoon, zoals omschreven in artikel 1:1, lid 17 te laten plaatsvinden.

Artikel 2:17

Handel binnen openbare inrichtingen

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:18

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, dan treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:13 tot en met 2:16 op als bevoegd bestuursorgaan .

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023