1. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna, met name het niet uitvoeren van kapwerkzaamheden in het broedseizoen.

  2. Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat:

    1. de bezwaartermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar is ingediend, dan wel op bezwaar is beslist;

    2. beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening gedurende de bezwaartermijn.