1. De vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid , wordt geweigerd als:

    1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:4 gestelde eisen;

    2. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of;

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  2. Voor seksinrichtingen en escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 , de vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid , worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid , achterwege gelaten, in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. het woon- en leefklimaat;

    4. de veiligheid van personen of goederen;

    5. de verkeersveiligheid of verkeersvrijheid;

    6. de gezondheid of zedelijkheid;

    7. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

    8. bij strijdigheid met het regionale prostitutiebeleid.

  3. Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid , kan voorts worden geweigerd als bij vestiging of exploitatie het door de burgemeester vastgestelde lokale of regionale maximum van het aantal toegelaten seksinrichtingen wordt overschreden.

  4. Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid , kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  5. Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.