Algemene plaatselijke verordening Reimerswaal 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13. Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met één of meerdere doorgaande stam(men). De diameter van de boom wordt gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam;

  • Houtopstand: Eén of meer bomen, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en bomen, een landschappelijke beplanting bestaande uit inheemse soorten;

  • Velling: omvat alle handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Dit omvat rooien, verplanten, vernielen, het snoeien of verwijderen van meer dan 30% van het kroonvolume en de éérst maal knotten of kandelaberen, of het wegnemen/beschadigen van wortels > 4 cm doorsnede.

  • Dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan en kwaliteit van de resterende houtopstand, te beschouwen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

  • Bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet in samenhang gelezen met artikel 9.9, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  • Boomwaarde: wordt bepaald volgens de geldende norm, bijvoorbeeld de vervangingswaarde van de boom of de rekenmethode NVTB van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

  • Illegale velling: het geheel of gedeeltelijk vellen, beschadigen of vergiftigen van houtopstand zonder de vereiste omgevingsvergunning of aanlegvergunning of wanneer een houtopstand die valt onder de Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is gevuld zonder dat vooraf melding bij de Provincie heeft plaatsgevonden;

  • Habitus: de natuurlijke verschijningsvorm van een boom zoals die zich ontwikkelt zonder menselijk ingrijpen.

  • Achtertuin: het deel van het perceel achter de voorgevelrooilijn. Bij hoekhuizen ligt een achtertuin achter de voorgevelrooilijn én achter de zijgevelrooilijn van de woning dan wel achter de zijgevelrooilijn van het verst gelegen bijbehorende bouwwerk in het bij dat hoekhuis gelegen erf.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de onderstaande houtopstanden buiten de bebouwde kom:

    1. de houtopstanden die onder (de meldplicht van) de Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vallen;

    2. fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

    3. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor onderstaande houtopstanden:

    1. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12b van deze verordening;

    2. houtopstand met een stamdiameter < 20 cm, gemeten op 1,3 m boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam;

    3. houtopstand in achtertuinen van woningen, tenzij deze geregistreerd zijn bij de Bomenstichting, of zijn opgenomen in de lijst ‘monumentale en waardevolle bomen Reimerswaal’;

    4. coniferen, deze omvatten zowel naaldboom- als haagconiferen;

    5. houtopstand die bij wijze van dunning moet wordt geveld;

    6. knotten en/of kandelaberen van houtopstand die deze maatregel als regulier onderhoud vereist. De eerste snoeihandeling van een natuurlijke habitus naar een knot-/lei- of kandelaber-vorm is wel vergunningplichtig;

    7. houtopstand die zich bevindt binnen een locatie waarin een project wordt gerealiseerd op basis van een gemeentelijk bestemmings-, wonen-, groen- of landschapsplan of een reeds verleende omgevingsvergunning waarin een beoordeling heeft plaatsgevonden ter zake van het vellen van de desbetreffende houtopstand;

    8. bomen die zijn gekweekt door een kwekerij op daarvoor bestemde terreinen.

  4. De burgemeester kan toestemming of opdracht geven tot het direct vellen van een houtopstand, indien er sprake is van gevaar of een zwaarwegend spoedeisend belang.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:12

Weigeringsgronden

Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden onder voorschriften weigeren dan wel verlenen. In de beleidsregels worden deze voorschriften nader gemotiveerd.

Artikel 4:12a

Bijzondere vergunningsvoorschriften

  1. Van de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden kan niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat deze onherroepelijk is geworden.

  2. De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden als bedoeld in artikel 4:11 van deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen twee jaar na inwerkingtreding volledig gebruik is gemaakt.

  3. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren:

    1. het voorschrift dat binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn en overeenkomstig de in de beleidsregels vastgestelde wijze moet worden herplant;

    2. het voorschrift waarin wordt bepaald binnen welke termijn en op welke wijze niet geslaagde herbeplanting moet worden vervangen.

Artikel 4:12b

Herplant-/instandhoudingsplicht

  1. Indien een houtopstand illegaal is geveld of op andere wijze bewust teniet is gedaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde of eigenaar, dan wel diens gemachtigde rechtspersoon, de verplichting opleggen om te herplanten. Aan deze herplantplicht kunnen door het bevoegd gezag nadere voorwaarden worden gesteld.

  2. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde of eigenaar, dan wel diens gemachtigde rechtspersoon, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  3. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen binnen de gestelde termijn.

Artikel 4:12c

Bestrijding boom- en plantenziekten en aantastingen

  1. Indien zich op een terrein een of meerdere bomen of houtopstanden bevinden die krachtens de Plantgezondheidswet of naar oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding of vermeerdering van de ziekte, ziekteverwekker of aantastingorganisme, is de rechthebbende verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:

    1. de ziekte of aantasting te behandelen volgens een doeltreffende behandelmethode zodat het gevaar wordt weggenomen;

    2. of de houtopstand te vellen en het restmateriaal te behandelen of te vernietigen zodat verspreiding of vermeerdering wordt voorkomen.

  2. Het is verboden om voor verspreiding of vermeerdering van de ziekte, ziekteverwekker of aantastingorganisme gevaarlijke bomen, planten of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.

  3. Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen voor dit verbod.

  4. Voor de behandeling of bestrijding van diverse boom- en plantenziekten en -aantastingen zijn de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels van toepassing.

Artikel 4:12d

Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en nihil voor hagen en heesters. Bij bomen wordt gemeten vanuit het hart van de stam(voet).

Artikel 4:12e

Uitzicht belemmerende beplanting

De zakelijk gerechtigde of eigenaar van een boom, heg, struik of andere beplanting welke aan het wegverkeer het vereiste vrije zicht belemmerd of op andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze houtopstand te snoeien, of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het bevoegd gezag, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun aanwijzingen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Reimerswaal 2025