1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft dit schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  2. De schriftelijke kennisgeving moet voorafgaand aan de openbare aankondiging en ten minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden gebeuren.

  3. Als het tijdstip waarop de schriftelijke kennisgeving moet zijn ingediend op een vrijdag na 12:00 uur, een zaterdag of een zondag valt, moet deze op een donderdag vóór 12:00 uur worden gedaan.

  4. Als het tijdstip waarop de schriftelijke kennisgeving moet zijn ingediend op een algemeen erkende feestdag valt, dan moet de kennisgeving uiterlijk op de werkdag voor die dag en vóór 12:00 uur gebeuren.

  5. Bij de kennisgeving wordt gebruik gemaakt van een door de burgemeester vastgesteld formulier waarop in ieder geval opgave wordt gedaan van:

    1. naam en adres van degene die de betoging houdt;

    2. het doel van de betoging;

    3. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

    4. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;

    5. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

    6. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  6. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  7. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.