1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De organisator vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de datum, het tijdstip en de locatie waar(op) het evenement is gepland;

    3. een omschrijving van de aard en het karakter van het evenement;

    4. een omschrijving van de activiteiten en handelingen die voor, tijdens en na het evenement plaatsvinden;

    5. het te verwachten aantal bezoekers en een omschrijving van de doelgroep;

    6. een ingevulde risicobeoordeling zoals bedoeld in de door het college vastgestelde Nadere regel evenementen gemeente Reimerswaal.

  3. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator opgesteld plattegrond van de locatie van het evenement en een veiligheidsplan waarin in elk geval de volgende onderwerpen worden uitgewerkt:

    1. de organisatie van evenement en de betrokken partijen;

    2. de aard van het evenement;

    3. de programmering;

    4. de evenementenlocatie;

    5. een risicoanalyse;

    6. de beveiliging;

    7. het publiek en de veiligheid van het publiek;

    8. calamiteiten;

    9. de brandveiligheid;

    10. de medische zorg en hygiëne;

    11. het verkeer en vervoer;

    12. het milieu.

  4. Het is verboden een evenement te houden op 4 mei, niet zijnde een herdenkingsplechtigheid.

  5. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  6. Het verbod als bedoeld in lid 1 is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  7. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor het organiseren van een A-evenement.

  8. Degene die een A-evenement organiseert doet hiervan minimaal acht weken voor aanvang van het evenement melding bij de burgemeester met een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de datum, het tijdstip en de locatie waar(op) het evenement is gepland;

    3. een omschrijving van de aard en het karakter van het evenement;

    4. een omschrijving van de activiteiten en handelingen die voor, tijdens en na het evenement plaatsvinden;

    5. het te verwachten aantal bezoekers en een omschrijving van de doelgroep;

    6. een ingevulde risicobeoordeling zoals bedoeld in de door het college vastgestelde Nadere regel evenementen gemeente Reimerswaal.

  9. De burgemeester kan tot vier weken voor de datum van een gepland A-evenement besluiten dit evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat hierdoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  10. Degene die een B-evenement wil organiseren dient de vergunning ten minste twaalf weken voor de datum waarop het evenement zal plaatsvinden aan te vragen.

  11. Degene die een C-evenement wil organiseren dient de vergunning ten minste zestien weken voor de datum waarop het evenement zal plaatsvinden aan te vragen.

  12. Het college stelt nadere regels aan het organiseren van evenementen.

  13. Het vijfde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, van deze verordening aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  14. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, van deze verordening weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  15. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.