Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid van de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de Gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Parkeerexcessen

Artikel 5:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. wegen: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

  2. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990);

  3. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

[Vervallen]

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.a.

  1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.

  2. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen, waar het onder het eerste lid gestelde verbod niet geldt.

  3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter op wegen te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 18.00 uur, tenzij dit naar het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente of buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  4. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen, waar het onder het eerste lid gestelde verbod niet geldt.

  5. Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

[Vervallen]

Artikel 5:10

Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen

[Vervallen]

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

  2. Dit verbod is niet van toepassing op:

    1. de weg;

    2. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

    3. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:12

Overlast van fiets of bromfiets

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  3. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.

Artikel 5:12a

Vergunning deelmobiliteit

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig voertuigen ten behoeve van gebruik door derden op de weg te plaatsen en aan te bieden.

  2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd bij het college.

  3. Een aanvrager mag maximaal 1 vergunning aanvragen. Indien een rechtspersoon meerdere handelsnamen gebruikt, wordt deze beschouwd als dezelfde aanvrager.

  4. De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijf jaar.

  5. Het college weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien tegen verlening daarvan overwegend bezwaar bestaat uit het oogpunt van:

    1. doelmatig beheer en onderhoud van de weg, daaronder mede begrepen de bescherming van de belangen van het rij- en voetgangersverkeer ende verdeling van gebruiksmogelijkheden van de weg;

    2. bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    3. schade die door het gebruik van de weg wordt toegebracht;

    4. te verwachten hinder voor de omgeving als gevolg van het gebruik van de weg ten behoeve waarvan de vergunning wordt aangevraagd; of

    5. privacy.

  6. Het college kan nadere regels stellen ten behoeve van de vergunningsprocedure.

  7. Het college kan in het belang van de verkeersveiligheid en het voorkomen van overlast door deelvoertuigen in de openbare ruimte nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van deelmobiliteit.

  8. Indien het college het nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

  9. Het college kan gebieden aanwijzen die zijn uitgesloten van de mogelijkheid tot vergunningverlening zoals bedoeld in het eerste lid.

  10. Het college kan voertuigcategorieën aanwijzen waarvoor het verbod als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing is.

  11. De vergunning is niet overdraagbaar.

  12. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod niet voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten in de eerste drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagd vergunning, voor zover dat eerder is.

  13. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2024