1. Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel kan de beslissing op de aanvraag worden aangehouden indien:

    1. een omgevingsvergunning vereist is, of;

    2. een verklaring op grond van de Leefmilieuverordeningen vereist is en op de aanvraag of aanvragen daarvoor nog niet is beslist;

    3. indien op dezelfde seksinrichting een aanschrijving rust wegens strijd met de voorschriften van het Bouwbesluit en aan die aanschrijving (nog) niet is voldaan.