1. Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, waarvan het aantal festiviteiten buiten de gebouwen is beperkt tot maximaal 6 keer per jaar, waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 6:8 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.
4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan, wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6. Het langtijdgemiddeld equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
7. Het geluidsniveau in lid 6 wordt gemeten volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, waarbij voor muziekgeluid geen strafcorrectie en geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 6:8 van deze verordening – beëindigd op de hierna genoemde tijdstippen:
a. buiten de gebouwen van de inrichting tot uiterlijk 24.00 uur;
b. binnen de gebouwen van de inrichting:
i. zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 24.00 uur;
ii. van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot uiterlijk 01.00 uur;
9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
10. Tenminste 1 week voor aanvang van een incidentele festiviteit is de houder van een inrichting gehouden om omwonenden te informeren over de dat(a)(um), aanvang en eindtijd.