1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

4. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.

5. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.