1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:

    artikel 2.6, 2.7 en 2.10,

    artikel 2:12 tot en met artikel 2:74a, artikel 2:78,

    hoofdstuk 3,

    artikel 4:2 tot en met 4:5b, afdeling 4:2, 4:4 tot en met 4:5b,

    afdeling 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 5.5, 5.7 en 5.8.

  2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:

    Afdeling 2.1, 2.2 2.3, artikel 2:9, 2:47, 2:48 en 2:50, 2:62, 2:65, 2:75, 2:76, 2:77,

    Artikel 4:6 , afdeling 5.6 en afdeling 10.

  3. In het geval van overtreding van artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, lid 1, van die wet.