De vergunningsplicht voor een openbare inrichting geldt, naast de in artikel 2.27 onder d genoemde bedrijven, voor openbare inrichtingen:

  1. die binnen een bibob-risicogebied en een bibob-risicobranche vallen;

  2. waartegen meermaals handhavend is opgetreden;

  3. die niet ingeschreven zijn in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  4. waartegen concrete vermoedens bestaan ten aanzien van ondermijnende activiteiten, de integriteit of indien er volgens de gemeente, de politie of het Openbaar Ministerie anderszins concrete noodzakelijke redenen bestaan om over te gaan tot een vergunningsplicht;

  5. waarvan overlast wordt ervaren of overlast van ervaren kan worden.