1. Het is verboden om onversterkte muziek in een inrichting ten gehore te brengen indien niet wordt voldaan aan de geluidsvoorschriften zoals genoemd in artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving. Onder inrichting wordt ook begrepen een onverwarmd en onoverdekt terrein dat onderdeel is van de inrichting.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten zoals bedoeld in artikel 4:2.

  3. Van het verbod in het eerste lid kunnen per kalenderjaar maximaal twaalf ontheffingen worden verleend. De ontheffingen die worden aangevraagd op grond van artikel 4:3 worden hierbij meegerekend. Een aanvraag om ontheffing en/of de meldingen van dit artikel en artikel 4:3, waarbij versterkte en onversterkte muziek ten gehore wordt gebracht, wordt als één aanvraag beschouwd.

  4. Een ontheffing van het eerste lid moet tenminste twee weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, worden aangevraagd bij het college onder vermelding van tijdstip en tijdsduur en de activiteiten waarvoor en de reden waarom de ontheffing wordt aangevraagd. In bijzondere gevallen kan van deze termijn worden afgeweken.

  5. Het college kan een ontheffing weigeren indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.

  6. Geen ontheffing als bedoeld in het derde lid is nodig, als:

    1. het ten gehore brengen van de onversterkte muziek tot uiterlijk 24.00 uur plaatsvindt of

    2. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau na 24.00 uur op de gevels van de dichtstbijzijnde woning, gevoelig gebouw of in een in- of aanpandige woning of gevoelig gebouw niet meer dan 10 dB(A) meer bedraagt dan het geluidsniveau zoals voorgeschreven in artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving of

    3. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau veroorzaakt door een inrichting op een gezoneerd industrieterrein na 24.00 uur op 50 m afstand niet meer dan 10 dB(A)meer bedraagt dan het geluidsniveau zoals voorgeschreven in artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

    4. lid b geldt alleen, indien er binnen een afstand van 50 m een woning of gevoelig gebouw buiten het gezoneerde industrieterrein ligt, en

    5. de gemeente tenminste twee weken voor aanvang van de festiviteit schriftelijk in kennis wordt gesteld.

  7. (vervallen).

  8. (vervallen).