1. Het is verboden:

    1. acetyleengas (C2H2) afkomstig van een reactie tussen carbid, oftewel calciumcarbide (CaC2) en water of

    2. waterstof (H2) afkomstig van een reactie tussen natronloog (NaOH) en water of

    3. gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen of

    4. al dan niet vernevelde, vloeistoffen of stoffen met vergelijkbare eigenschappen

      in een al dan niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden of te bewerken.

  2. Het is verboden carbid op of aan de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats achter te laten of voorhanden te hebben op een zodanige wijze dat derden onbedoeld met die stof in contact kunnen komen.

  3. Het is verboden carbid af te leveren en ter aflevering voorhanden te hebben wetende of vermoedende dat daarmee een gebruik wordt gemaakt als omschreven in het eerste lid.

  4. Het tweede en derde lid gelden niet indien aannemelijk is, dat het carbid niet gebezigd wordt of bestemd is voor handelingen die op grond van het eerste lid verboden zijn.

  5. Het verbod als bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, is niet van toepassing op het normale gebruik van wettelijk toegestane verbrandingsmotoren.

  6. Dit artikel geldt niet voor zover door in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet of het Wetboek van Strafrecht.