1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod geldt niet:

    1. voor werkzaamheden op of aan de openbare weg die plaatsvinden van maandag t/m zaterdag, tussen 07.00 en 19.00 uur;

    2. voor zover in het daarin geregelde ontwerp wordt voorzien door de op de Omgevingswet of besluit activiteiten leefomgeving gebaseerde voorschriften, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit;

    3. voor geluidswagens die ten behoeve van de aankondiging van evenementen tijdelijk rondrijden van maandag tot en met zaterdag tussen 9.00 en 21.00 uur;

    4. voor onderhoudswerkzaamheden aan de trambaan mits dit om verkeerstechnische redenen noodzakelijk is. De opdrachtgever van deze werkzaamheden stelt de omwonenden die vanuit hun woning zicht hebben op de trambaan en/of binnen een afstand van 50 m tot de trambaan wonen van tevoren op de hoogte van de werkzaamheden.

    5. voor noodreparaties aan de openbare weg. De opdrachtgever van deze werkzaamheden stelt direct omwonenden van tevoren hiervan op de hoogte.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet

    bestuursrecht niet van toepassing