Algemene plaatselijke verordening Midden-Drenthe 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
HOOFDSTUK III REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK IV BESCHERMEN VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Paragraaf AFDELING 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf AFDELING 6 Bescherming van de natuur algemeen
HOOFDSTUK V ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Paragraaf AFDELING 2 Collecteren
Paragraaf AFDELING 3 Venten
Paragraaf AFDELING 5 Snuffelmarkten
Paragraaf AFDELING 6 Openbaar water en waterstaatswerken (vervallen)
Paragraaf AFDELING 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf AFDELING 8 Verbod vuur te stoken
HOOFDSTUK VI STRAF- OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

AFDELING 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75

Bestuurlijke ophouding

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:9, 2:45, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:49, 2:50, 2:65, 2:73, 2:73b, 2:74 a, 2:74c, 2:78, 3:19 alsmede 2:13, 2:14 en 2:15 van de Verordening Leefomgeving groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76

Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:

77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

  1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

  2. De burgemeester heeft de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van alle andere voor een ieder toegankelijke plaatsen en gebieden.

Artikel 2:78

Verblijfsontzeggingen (Gebiedsontzeggingen)

  1. Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te bevinden op of in de in de bekendmaking aangewezen gebieden gedurende de uren daarin genoemd.

  2. De verblijfsontzegging kan slechts worden opgelegd wegens overtreding van de voorschriften opgenomen in de feitentabel (bijlage 1).

  3. Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van de politie zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de verblijfsontzegging.

  4. De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

  5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

  6. Het in het eerste lid verbod is niet van toepassing voor zover de persoon aan wie de verblijfsontzegging is bekendgemaakt, zich in de aangewezen gebieden:

    1. bevindt in een middel van openbaar vervoer;

    2. begeeft naar zijn werk dan wel de onderwijsinstelling waar hij staat ingeschreven in het geval het werk of het onderwijs binnen het gebied moet worden gedaan dan wel genoten, met dien verstande dat hij de kortste route neemt en hij niet langer in het gebied verblijft dan noodzakelijk voor het bereiken van zijn werk of onderwijs;

    3. begeeft naar de woning waarin hij volgens de Wet basisregistratie personen staat ingeschreven als deze binnen het gebied ligt, met dien verstande dat hij de kortste route neemt en hij niet langer in het gebied verblijft dan noodzakelijk voor het bereiken van zijn woning.

Artikel 2:79

Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf of aanhorigheid gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

    1. geluid- of geurhinder;

    2. hinder van dieren;

    3. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    4. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf dan wel de directe nabijheid daarvan;

    5. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Midden-Drenthe 2020