Algemene plaatselijke verordening Midden-Drenthe 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
HOOFDSTUK III REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK IV BESCHERMEN VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Paragraaf AFDELING 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf AFDELING 6 Bescherming van de natuur algemeen
HOOFDSTUK V ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Paragraaf AFDELING 2 Collecteren
Paragraaf AFDELING 3 Venten
Paragraaf AFDELING 5 Snuffelmarkten
Paragraaf AFDELING 6 Openbaar water en waterstaatswerken (vervallen)
Paragraaf AFDELING 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf AFDELING 8 Verbod vuur te stoken
HOOFDSTUK VI STRAF- OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

  • college: het college van burgemeester en wethouders;

  • gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  • motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  • openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

  • parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  • voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

  • weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet.

Artikel 1:3

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn met ten hoogste acht weken verlengen.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

  1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  2. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  3. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  4. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn, of

  5. de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Midden-Drenthe 2020