1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2:45, 2:47, 2:49 en 2:50 is het verboden op een openbare plaats een vertoning voor publiek te geven, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, dan wel voor publiek zang of muziek ten gehore te brengen, al dan niet met behulp van een instrument, toestel of luidspreker dan wel diensten aan te bieden als gids, fotograaf of filmoperateur.

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.