1. Het is verboden te roken anders dan in het voorbijgaan op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de gezondheid of het woon-en leefklimaat aangewezen gebied rond een gebouw waar mensen verblijven, anders dan de plaatsen bedoeld in artikel 10 van de Tabaks- en rookwarenwet.

  2. Het aangewezen gebied beheerst een strook niet breder dan 30 meter, gerekend vanaf de gevel, over de lengte van de gevel, tenzij bijzondere belangen of de kenmerken van de bebouwing ter plaatse een groter gebeid vereisen.