1. Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te bevinden op of in de in de bekendmaking aangewezen gebieden gedurende de uren daarin genoemd.

  2. De verblijfsontzegging kan slechts worden opgelegd wegens overtreding van de voorschriften opgenomen in de feitentabel (bijlage 1).

  3. Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van de politie zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de verblijfsontzegging.

  4. De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

  5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

  6. Het in het eerste lid verbod is niet van toepassing voor zover de persoon aan wie de verblijfsontzegging is bekendgemaakt, zich in de aangewezen gebieden:

    1. bevindt in een middel van openbaar vervoer;

    2. begeeft naar zijn werk dan wel de onderwijsinstelling waar hij staat ingeschreven in het geval het werk of het onderwijs binnen het gebied moet worden gedaan dan wel genoten, met dien verstande dat hij de kortste route neemt en hij niet langer in het gebied verblijft dan noodzakelijk voor het bereiken van zijn werk of onderwijs;

    3. begeeft naar de woning waarin hij volgens de Wet basisregistratie personen staat ingeschreven als deze binnen het gebied ligt, met dien verstande dat hij de kortste route neemt en hij niet langer in het gebied verblijft dan noodzakelijk voor het bereiken van zijn woning.