Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorende erf te betreden.
Deze verboden zijn niet van toepassing voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.
De burgemeester is bevoegd van het in het eerste of tweede lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING MIDDELBURG 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Betoging
Paragraaf Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4 Vertoningen op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg VERVALLEN
Paragraaf Afdeling 6 Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 7 Evenementen
Paragraaf Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 9 Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 10 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 11 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 12 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 13 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 14 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 15 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 16 Veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen, gebiedsontzeggingen, aanpak woonoverlast en tegengaan ondermijning
HOOFDSTUK Prostitutie(bedrijven) en escort
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU, DE NATUUR EN HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen VERVALLEN
Paragraaf Afdeling 2 Venten
Paragraaf Afdeling 3 Standplaatsen VERVALLEN
Paragraaf Afdeling 4 Openbaar water VERVALLEN
Paragraaf Afdeling 5 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 6 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 7 Kamperen buiten kampeerterreinen
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Paragraaf
Artikel 2.39
Plakken en kladden
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de openbare plaats zichtbaar is te bekrassen, te bekladden of te bespuiten.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken of op andere wijze aan te brengen, of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing:
indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift;
voor de door het college bij openbare bekendmaking aangewezen aanplakgelegenheden voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, geen betrekking hebbende op handelsreclame.
voor de door het college bij openbare bekendmaking aangewezen plaatsen voor het aanbrengen van spuitwerk.
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
Artikel 2.40
Vervoer plakgereedschap e.d.
Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2.39.
Artikel 2.41
Vervoer inbrekerswerktuigen
Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, te vervoeren of bij zich te hebben dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken, fietsendiefstal te plegen of het maken van sporen te voorkomen.
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van een winkel een tas of ander hulpmiddel bij zich te hebben of te vervoeren dat er kennelijk toe is uitgerust om er winkeldiefstal mee te plegen of winkeldiefstal te vergemakkelijken door het buiten werking stellen en/of houden van detectie- of waarnemingsapparatuur.
Deze verboden zijn niet van toepassing indien kan worden aangenomen dat de bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen redelijkerwijs gezien niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid en tweede lid bedoelde handelingen.
Artikel 2.43
Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.
Artikel 2.44
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent;
op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2.45
Kaartspel e.d. op de weg
Het is verboden op openbare plaatsen met kaarten, geld, dobbelste¬nen of andere voorwerpen om geld te spelen.
Artikel 2.46
Verbod rijden op skateboards en skeelers
Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of gedeelten daarvan op skateboards of skeelers te rijden.
Artikel 2.47
Verboden drankgebruik
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes, glazen en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35, eerste lid, van de Alcoholwet.
Artikel 2.48
Verboden gedrag bij of in gebouwen
Het is verboden zonder redelijk doel:
in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2.49
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:49b
Verbod op bedelen
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw (winkels daaronder begrepen) te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2.50
Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets, een bromfiets of een andere twee- of driewieler te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien:
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;
daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2.51
Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander deugdelijk identificatiemerk, die de eigenaar of houder duidelijk doen kennen.
Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod geldt niet voor plaatsen die door het college zijn aangewezen en door middel van borden ter plaatse zijn aangegeven.
De in het eerste lid aanhef en onder a en b gestelde verboden zijn niet van toepassing op eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod is mede van toepassing op honden verblijvend in het recreatiegebied "Oranjeplaat".
Artikel 2.52
Verontreiniging door honden
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht er voor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege een handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Het bepaalde in het eerste lid is ten aanzien van een hond niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht een doeltreffend opruimmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen.
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht dit opruimmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.
Artikel 2.52a
Verontreiniging door paarden
Degene die zich met een paard op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van dat paard onmiddellijk worden verwijderd.
Artikel 2.53
Gevaarlijke honden
Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan zij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen.
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevig kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een gering opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.52, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2.54
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
aanwezig te hebben, of
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen in het aanwijzingsbesluit gestelde algemene regels, of
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.55
Voederverbod vogels
Het is verboden duiven of andere overlast veroorzakende vogels op of aan een openbare plaats te voeren dan wel anderen de gelegenheid te bieden de duiven of andere overlast veroorzakende vogels te kunnen voeren.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de eigenaar of de houder van duiven die deze hobbymatig of beroepsmatig houdt.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.