1. Op grond van artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit worden ter voorkoming van geluidsoverlast de geluidsniveaus ten gevolge van onversterkte muziek niet buiten beschouwing gelaten maar op gelijke wijze beoordeeld als versterkte muziek.

  2. Voor muziekkorpsen, carillons en andere bijzondere omstandigheden kan het college ontheffing van het gestelde in het eerste lid verlenen om de geluidsniveaus afkomstig van onversterkte muziek onder voorwaarden buiten beschouwing te laten.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2 en 4.3.