1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoop- en theatervoorstellingen in een gebouw;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, aanhef en onder g, Gemeentewet;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. voorstellingen, vertoningen en tentoonstellingen die gegeven worden in een gebouw dat qua bestemming en inrichting in het bijzonder daarvoor aangewezen is;

    7. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.4 en 2.36 van deze verordening.

  2. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. een herdenkingsplechtigheid, met uitzondering van de nationale dodenherdenking;

    2. een braderie;

    3. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op of aan de weg;

    4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.

  3. Onder klein evenement wordt verstaan: een straatfeest, (buurt)barbecue of een daarmee gelijk te stellen evenement op eigen terrein of in de open lucht, dat op één dag plaatsvindt, een lage belasting van de woon- en leefomgeving heeft en geen te verwachten inzet van de hulpdiensten.